Door haat “polarisatie” te noemen, maak je slachtoffers verdacht en daders comfortabel.

Protest tegen antisemitisme in Australië
Afgelopen zondag werden tijdens een Chanoekafeest op Bondi Beach meerdere Joden vermoord. Niet in een conventionele oorlog, door een leger. Door jihadistische terroristen. De slachtoffers namen deel aan een Chanoekafeest, op een strand, in een westers land. Joden werden gedood omdat ze Joods waren. Dit was nou die intifada waar twee jaar lang toe werd opgeroepen op westerse straten.
Wie nu denkt: ver van mijn bed, liegt tegen zichzelf. Dit geweld ontstond niet plotseling. De geweldsimpuls ontstond voor onze tijd, maar kon plaatsvinden omdat jij wegkeek. Omdat de meeste westerlingen wegkeken.
Het patroon is overal hetzelfde. Enkele voorbeelden volstaan.
- Manchester: op Jom Kipoer rijdt een jihadist in op synagogebezoekers en steekt mensen neer. Twee doden.
- Washington DC: jonge medewerkers van de Israëlische ambassade worden doodgeschoten bij het Joods Museum. De dader schreeuwt “Free Palestine”.
- Colorado: een pro-Israël-bijeenkomst wordt aangevallen met molotovcocktails en een zelfgemaakte vlammenwerper. Een vrouw overlijdt later aan haar verwondingen.
Dit waren geen incidenten. Dit waren eindpunten. En Nederland schuift al gevaarlijk dicht richting dat eindpunt.
De nuancering van de Amsterdamse jodenjacht
Ons keerpunt op de escalatieladder had Ajax-Maccabi moeten zijn. Na die wedstrijd, meer dan een jaar geleden, gingen groepen, voornamelijk islamitische jongeren, letterlijk op jodenjacht. Dat woord is niet bedacht door columnisten, maar kwam van de daders zelf die zeiden: “We gaan op jodenjacht.” Taxichauffeurs die mensen achterna reden. Groepen op fatbikes die door de stad trokken, op zoek naar slachtoffers. Selectie op uiterlijk, accent, afkomst. Openlijk. Zonder schaamte.
En wat deed Nederland daarna? Wat deden bestuurders en kwaliteitskranten na de eerste schok? Nuanceren. Context geven. Waarschuwen dat we vooral niet mochten generaliseren. Alsof een expliciet aangekondigde jodenjacht nuancering behoeft. Alsof het er werkelijk toe doet of burgemeester Halsema het woord “pogrom” wel of niet durft uit te spreken. Alsof als burgemeester je woordkeuze aanpassen ten overstaan van de babbelklasse op Nieuwsuur belangrijker is dan de barbaarse, fysieke taferelen op straat.
De geweldsdynamiek die in Engelstalige landen al heeft geleid tot terreur is ook hier in Nederland niet ondenkbaar. In Nederland zijn Joodse scholen al dertig jaar zwaar beveiligd. Hekken. Camera’s. Bewakers. Dag in, dag uit. Dat is zo normaal geworden dat niemand het nog benoemt. Een permanente noodtoestand voor één bevolkingsgroep, zonder maatschappelijk debat. Gewenning. Gemakzucht. Wegkijken.
En trouwens, geweld heeft al veelvuldig plaatsgevonden. De afgelopen jaren werden meerdere Joden in Nederland zwaar mishandeld. De meeste voorvallen haalden de media niet eens. Niet omdat de aanvallen op deze mensen onbeduidend waren, maar omdat de slachtoffers ervoor kozen om niet in de publiciteit te treden, om niet publiek slachtoffer te zijn. Ze weten wat volgt: relativering, verdachtmaking, uitleg waarom het “ook ingewikkeld ligt”. Want, ach, de “genocide” in Gaza. Dus zwijgen echte slachtoffers. En het land zwijgt mee.
Hoe die stilte eindigt, zagen we op Bondi Beach

Protest Concertgebouw zijingang middagconcert Chanoeka 2025
Intussen werden symbolen aangevallen. Het Concertgebouw werd beklad en Joodse kinderen moesten zich langs Hamas-sympathisanten wurmen om Chanoekaliedjes te mogen zingen. Het Paleis op de Dam werd beklad. Het Tropenmuseum werd beklad. Geen willekeurige muren. Culturele bakens. Markeringen. Intimidatie. Artiesten werden geweerd om wie zij waren, niet om wat zij deden. En de zelfverklaarde hoeders van de vrije kunsten? Die zwegen.
Ook aan universiteiten tierde de haat welig, steevast toegedekt met nette bestuurderstaal. Aan de UvA, Radboud en de UU moesten Joodse studenten telkens uitleggen waarom leuzen, acties en uitsluitingen antisemitisch waren. Hun ervaring telde pas na commissies en “weging”. Besturen spraken liever over polarisatie dan over haat. Dat klinkt evenwichtig. Het is laf. Door haat “polarisatie” te noemen, maak je slachtoffers verdacht en daders comfortabel. Intussen werd de Verlichting achteloos overboord gezet en werden samenwerkingen met toonaangevende Israëlische universiteiten beëindigd na druk van activisten die eerder voor miljoenen aan schade hadden aangericht.
Twee jaar lang draaide ook de propagandamachine vanuit Gaza en Doha overuren. Legacy media namen de verhalen klakkeloos over. Ongecontroleerde cijfers. Ongeverifieerde claims. Het frame van “genocide” zonder rechterlijk oordeel, zonder correcties. Leugens die eerst op Telegram circuleren en een dag later in kranten en journaals verschijnen. Een deel van de Nederlandse journalistiek liet zich gebruiken als ordinair doorgeefluik voor antidemocraten. Politici van het midden tot links zogen deze frames gretig op.
Daarna volgde de culturele toe-eigening. “Nooit meer” werd ingezet tegen Joden. De Dodenherdenking moest worden ontjoodst. En pro-Palestijnse schrijvers brachten een boek uit onder de titel J’accuse, alsof morele verontwaardiging namens Palestina eerst moest worden gestolen van Émile Zola’s historische aanklacht tegen antisemitisme. Joodse geschiedenis moest universeel bezit worden, toegankelijk voor activisten, maar niet voor Joden zelf. Het historische Joodse leed moest worden onteigend om Joden opnieuw te kunnen casten als ultieme dader. Eeuwenoude Jodenhaat, in een modern deugjasje waarin hoogopgeleid Nederland zich opvallend graag hult.
Ik schrijf dit niet als Jood. Ik ben dat niet. Ik heb Joodse kinderen. Ik schrijf dit als vader. Ik schrijf dit als Nederlander. En ik zeg dit: Nederland zou beter moeten weten. Ons land faalde eerder. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier verhoudingsgewijs meer Joden weggevoerd dan in andere West-Europese landen. Dat gebeurde niet alleen door bezetters, maar door een kleine groep die actief hielp en een veel grotere groep die dacht: het raakt mij niet.
Zwijgen voelt netjes. Zwijgen voelt veilig. Maar zwijgen is geen neutraliteit. Zwijgen is medeplichtigheid.
Dit is geen les uit het verleden. Dit is een waarschuwing voor het heden.